4 – Tsadiek Cohen Belinfante

Luister naar de audio versie van deze pagina

Amsterdam, 27 juni 1732 – Den Haag, 31 oktober 1786

Tsadiek Cohen Belinfante is getrouwd met Hanna Paloma Cohenet Belinfante, geboren 4 november 1738 en overleden te Den Haag op 23 januari 1801.

Het begin van de Joodse gemeenschap in Den Haag ligt in het midden van de 17e eeuw toen de rijke Sefardiem (= Joden uit Spanje en Portugal) vanuit Amsterdam naar Den Haag kwamen om dichter bij het Hof te wonen.

De Sefardische superioriteit komt tot in de negentiende eeuw voor. Antropologen constateren bij de Sefardiem verfijnde uiterlijke trekken; taalkundig puur gebleven verheerlijken zij afkomst, cultuur, houding en taal. Dit in tegenstelling tot de Asjkenaziem.

De ouders van Tsadiek Cohen Belinfante, Mozes Cohen Belinfante en zijn vrouw Sara Guerman, vestigen zich in Den Haag en worden lid van de Portugese gemeenschap die destijds 250 leden telde.

Sadic (of Tsadiek; de naam betekent ‘rechtvaardige’) hun oudste zoon groeit op bij een oom in Londen maar komt in 1760 naar zijn ouders in Den Haag en wordt hoofd van de godsdienstschool, in 1728 opgericht in een slop aan de Voldersgracht.

Op 15 juni 1760 trouwt hij in Den Haag met zijn zes jaar jongere nicht Paloma Cohenet Belinfante. Zij gaan wonen aan de Denneweg, die samen met Het Voorhout, destijds het Joods Portugees centrum vormde.

Het echtpaar krijgt negen kinderen waarvan er zeven blijven leven.

Na het overlijden in 1783 van Salomo Saruco, de chaham (=opperrabbijn) neemt Tsadiek Belinfante het opperrabbinaat waar, tot aan zijn overlijden in 1786.

Tsadiek Belinfante wordt begraven op het Portugese deel van de begraafplaats.

Na zijn dood wordt de kring “Talmidé Taadiek” opgericht, die zich o.a. bezig houdt met het vertalen van de Torah (Pentateuch) en gebedenboeken in het Nederlands.

Leden van de kring zijn onder andere Mozes Cohen Belinfante, twee broers Lopes Suasso en Davi van Leon, die later opperrabbijn wordt van de Sefardische gemeente.

Mozes, de oudste zoon van T. Belinfante, vertrekt op 14-jarige leeftijd naar Kopenhagen om daar medicijnen te studeren. Zijn vrijzinnige denkbeelden voeren hem echter al snel weer terug naar Nederland en na de dood van zijn vader wordt Mozes Cohen Belinfante, dan 25 jaar oud, benoemd tot diens opvolger aan de armenschool.

Bronnen: