24 – Dr. Emanuel Moresco

Luister naar de audio versie van deze pagina

Amsterdam, 26 oktober 1869 – Eindhoven, 24 juni 1945

Emanuel Moresco ziet het levenslicht als zoon van Ephraïm Moresco en Reina de Silva Abenatar. Bij zijn huwelijk in 1896 in Den Haag is Moresco ‘Oost Indisch ambtenaar’. Zijn zeven jaar oudere vrouw Marianne Rachel Henriques de Castro is ook geboren in Amsterdam. Ze is de dochter van Sara Orobio de Castro en de kunstschilder Gabriel Haim Henriques de Castro. David Henriques de Castro, de Amsterdamse weldoener en onderzoeker van de rijke geschiedenis van Beth Haim, is haar oom.

Kort na het huwelijk vertrekt het paar naar Nederlands-Indië, waar Emanuel zijn loopbaan in dienst van de overheid voortzet in Buitenzorg, waar hun zoon geboren wordt.
Na 10 jaar keert hij terug naar Den Haag en wordt leraar bij de Nederlandsch-Indische Bestuursacademie. Het gezin gaat daarna naar Batavia waar Emanuel eerste secretaris van het Gouvernement van Nederlandsch-Indië is en vervolgens directeur bij het departement van Onderwijs en Eredienst.

Daarna wordt hij in Den Haag secretaris-generaal van het ministerie van Koloniën en vervolgens vicepresident van Raad van Nederlandsch-Indië, waarvoor hij in 1922 en 1923 opnieuw in Nederlands-Indië verblijft.
In 1924 keert het echtpaar terug naar Europa.

Wanneer de bezetter vanaf 1940 steeds meer anti-Joodse maatregelen begint door te voeren, en uiteindelijk twee jaar later Joden wegvoert, lukt het vele vooraanstaande Joodse Nederlanders om voor langere tijd aan deportatie te ontkomen. Er ontstaat een ingewikkeld stelsel van Sperren en stempels, die – in ieder geval tijdelijk – ervoor zorgen dat de houder niet gedeporteerd zal worden.

Daarbij is een belangrijke – en niet onomstreden – rol weggelegd voor de secretaris-generaal van Binnenlandse Zaken, Frederiks, die erin slaagt bepaalde Joodse Nederlanders op een lijst te plaatsen die zijn naam krijgt. Gezien zijn statuur en verdiensten wordt Moresco opgenomen op de lijst.

De familie Moresco wordt zo in 1943 geïnterneerd in Barneveld, tot ze in september alsnog naar Westerbork moeten. Op 4 december overlijdt Marianne Rachel daar. Na de crematie, op last van de bezetter, wordt haar urn begraven in de zogenaamde ‘carreira das urnas’ op Beth Haim in Ouderkerk.

Negen maanden later worden Emanuel Moresco en zijn zoon naar Theresienstadt overgebracht. Het kamp wordt op 8 mei 1945 bevrijd door het Rode Leger. In juni volgt de repatriëring van Emanuel Moresco per vliegtuig naar Eindhoven. Drie dagen na aankomst bezwijkt hij er in een noodziekenhuis aan hartzwakte en wordt begraven op de Joodse begraafplaats in Eindhoven.

Op 6 november 1951 wordt de urn van mevrouw Moresco-Henriques de Castro begraven op het Portugese deel van de Joodse Begraafplaats in Den Haag. In datzelfde jaar worden ook de stoffelijke resten van Emanuel onder rabbinaal toezicht naar Den Haag overgebracht, waar Marianne Rachel en Emanuel nu naast elkaar rusten. Hun graven zijn de enige twee oorlogsgraven op de Joodse Begraafplaats te ’s-Gravenhage.

Bronnen: