18 – Jozef Israēls

Luister naar de audio versie van deze pagina

Groningen, 27 januari 1824 – Den Haag, 12 augustus 1911

Jozef Israëls, beschouwd als de vader van kunstenaarsgroep de Haagse School, wordt geboren in een traditioneel, relatief welvarend Joods gezin in Groningen, waar toen een sterk groeiende Joodse gemeenschap bestond.

Zijn vader, Hartog Abraham Israëls, is effectenmakelaar, zijn moeder Mathilde Polak, een ‘lief en godsdienstig vrouwtje’, zoals toen werd vermeld.

Zijn ouders willen dat hij rabbijn wordt, maar hij blijkt duidelijk meer talent voor tekenen en schilderen te hebben. Vanaf 11-jarige leeftijd volgt Jozef tekenlessen aan de Academie Minerva in Groningen. Later bekwaamt hij zich o.a. bij Jan Adam Kruseman in Amsterdam, aan de Koninklijke Academie in Den Haag en aan de Ecole des Beaux-Arts in Parijs.

Als schilder wordt hij befaamd om zijn strandgezichten, taferelen van het harde vissersleven, en voorstellingen uit de Joodse geschiedenis. Hij geniet ook internationale erkenning en reist door Europa, al dan niet rond tentoonstellingen van zijn werk.
Naast schilderijen maakt Israëls ook etsen en lithografieën. Zijn werk hangt onder meer in het Haags Kunstmuseum, het Rijksmuseum en het Stedelijk Museum in Amsterdam, en in de National Gallery in Londen. Minder bekend is dat Israëls ook schreef, onder het pseudoniem J.Maalman. Met weinig succes overigens.

 

Kinderen der zee

Israëls trouwt in 1863 met Aleida Schaap (1843 – 1894), eveneens kunstenaar en ook afkomstig uit Groningen. Zij krijgen drie kinderen waarvan er één jong sterft. Hun zoon Isaac wordt een minstens even beroemd schilder als zijn vader.

Jozef Israëls verdient goed met zijn schilderwerk en woont in een groot pand aan de Koninginnegracht in Den Haag, eerst op nr. 6, later op nr. 2.
‘s Zomers woont hij in een villa naast het toenmalige Hotel d’Orange (niet te verwarren met het Oranjehotel uit de Tweede Wereldoorlog) aan de boulevard in Scheveningen. In die villa overlijdt hij op 12 augustus 1911 op 87-jarige leeftijd.

Hij wordt onder enorme belangstelling begraven. Drie rijtuigen met kransen volgen de lijkstoet. Op foto’s is te zien dat de begraafplaats boordevol was en dat belangstellenden en nieuwsgierigen zelfs de tombe van collega-schilder Salomon Verveer beklommen om beter te kunnen zien. Columnist A.B. Kleerekoper beklaagt zich erover dat velen alleen voor het ‘kijkspel’ waren gekomen.

Nog tijdens zijn leven zoekt Jozef Israëls de Hebreeuwse tekst voor zijn grafsteen uit: “Zie, ik zend een engel voor uw aangezicht, om u te bewaren op de weg en om u te brengen naar de plaats die Ik bereid heb” (Ex.23:20), Jozef Israëls’ lijfspreuk en een verwijzing naar Palestina.