14A – Habib Malalel

Luister naar de audio versie van deze pagina

Constantinopel (Turkije), 15 mei 1892 – Den Haag, 4 maart 1958

Habib Malalel, van beroep tapijtwever en handelaar in Perzische tapijten, vestigde zich in 1914 in Den Haag. Het gerucht gaat dat hij altijd in Turkse klederdracht gekleed ging en een fez droeg.
Hij trouwt op 18 augustus 1920 met Mietje Norden (1892). Ze krijgen twee kinderen Robert (1923) en Rosette (1928).

Voor de Tweede Wereldoorlog vertrokken veel Turkse Joden naar Nederland. Waarom lieten deze mensen alles achter om naar dat ‘koude kikkerland’ te vertrekken? De reden was dat het leven in Turkije voor Joden helemaal niet zo rooskleurig was als wel eens wordt geschetst. Door wisselingen van de macht waren de Joden constant op hun hoede, zij betaalden een veel hoger belastingtarief dan moslims en er speelde mee dat met name jonge Joden het niet zagen zitten om als minderheid in het Turkse leger te dienen. Bovendien waren er pogroms; door Jodenhaat gedreven, viel de Turkse bevolking winkels en huizen van hun Joodse landgenoten aan. De toenmalige regering slaagde er niet in op te treden en ruim 15.000 Joden sloegen op de vlucht.

De groep Joodse Turken die in Nederland aankwam kon de eerste jaren ongestoord een nieuw leven opbouwen. De nieuwkomers waren gewend niet met hun Joodse identiteit te koop te lopen maar onderling waren er sterke vriendschappen en werden huwelijken gesloten. Het leven was goed in Nederland, maar dat rustige leven sloeg om met de capitulatie van Nederland op 15 mei 1940. De groep moest zich schikken naar anti-Joodse maatregelen, hoewel ze zich in een uitzonderingspositie bevond: vanwege de neutraliteit van Turkije tijdens de oorlog werden Turkse Joden in eerste instantie vrijgesteld van transporten.

De Turkse Joden bleken uiterst waardevol. Zij zouden geruild worden tegen Duitse krijgsgevangenen.

In 1942 moet Habib Malalel zijn winkel in Perzische tapijten -als onderdeel van anti-Joodse maatregelen- aan de Duitse bezetter overdragen. De familie besluit vervolgens onder te duiken. Moeder Mietje met dochter Rosette op het ene adres,  vader Habib en zoon Robert ergens anders.

In juni 1944 worden Mietje en Rosette opgepakt en via het Oranjehotel naar kamp Westerbork gebracht. Moeder Mietje houdt vol Turks staatsburger te zijn. In 1944 worden zij alsnog naar Bergen-Belsen weggevoerd. Op 4 maart worden ze dan met een groep van Turkse Joden per schip naar Constantinopel gebracht waar ze uitgeruild worden tegen Duitse staatsburgers/krijgsgevangenen.

Vader Habib en zoon Robert zitten op dat moment al gevangen in kamp Westerbork. Ook zij zijn verraden, overgebracht naar de Scheveningse gevangenis en op 5 februari 1945 naar Westerbork gestuurd.

Enkele maanden na de bevrijding mogen Habib en Robert als enige Turkse Joden, kamp Westerbork verlaten. Eind 1945 worden zij herenigd met Mietje en Rosette, gezond en wel gerepatrieerd uit Turkije.
Habib Malalel overlijdt in 1958 op 65 jarige leeftijd, zijn vrouw Mietje op 9 juli 1985, 93 jaar oud.

Na de dood van zijn vader nam Robert Malalel de familiezaak over.

Bronnen: