10 – Mr Carel Asser

Luister naar de audio versie van deze pagina

Amsterdam, 1780 – Den Haag, 3 augustus 1836

Carel Asser stamt uit een vooraanstaande Joodse juristenfamilie. Zijn vader Mozes Salomon Asser was zowel cacaohandelaar als jurist en politicus.  De familie Asser komt uit Duitsland en vestigt zich medio zeventiende eeuw in Amsterdam, waar Calman Nathan marktkoopman is op de vlooienmarkt. In 1668 trouwt hij in Amsterdam met Mirjam Ass(h)er en neemt het echtpaar de familienaam Asser aan.

In 1780 wordt Carel Asser geboren in Amsterdam. Zijn ouders zijn Mozes Salomon Asser en Rosalie Tobias. Wanneer precies de familie later naar Den Haag verhuist is onbekend. Carel heeft nog een jongere broer Tobias (1783-1847) die eveneens een vooraanstaand jurist werd. We kunnen er daarom van uitgaan dat vader en zonen Asser allen jurist waren, wat in Joodse kringen zeer ongebruikelijk was aan het eind van de achttiende eeuw.

In 1795 werd te Amsterdam Felix Libertate (=Latijn voor ‘Gelukkig dankzij de vrijheid’) opgericht, een patriottische sociëteit of club met als doel de gelijkberechtiging en de emancipatie van de Joden. De Joodse patriotten zijn aanhangers van de Haskalah (Joodse verlichting) en de Franse Revolutie, die na eeuwen door kerk en staat gezaaide haat en onderdrukking, de emancipatie van de Joden  op gang hadden gebracht. De sociëteit bestond uit ongeveer honderd leden die in de Franse Revolutie hun grote voorbeeld zagen.

Een van de oprichters en later voorzitter van Felix Libertate is Carels vader Mozes Salomon Asser. Ook Carel wordt lid.

Op 2 september 1796 neemt de Nationale Vergadering van de Bataafse Republiek unaniem een besluit aan over de positie van de Joden: “geen Jood zal worden uitgeslooten van eenige rechten of voordeelen, die aan het Bataafsch Burgerregt verknocht zyn, en die hy begeeren mogt te genieten, mits hy bezitte alle die vereischten, en voldoe aan alle die voorwaarden, welken by algemeene Constitutie van iederen activen burger in Nederland, gevorderd worden”. Het initiatief tot het decreet is afkomstig van de leden van Felix Libertate.

Na het einde van de Bataafse Republiek wordt in 1806 het Koninkrijk Holland gesticht met als koning Lodewijk Napoleon, die de pogingen van Felix Libertate steunt om te komen tot de volledige integratie van Joden in de Hollandse maatschappij. Koning Lodewijk verzoekt Carel Asser –27 jaar oud en blijkbaar al een vooraanstaand jurist– een ontwerp op te stellen van de constitutie van een Joodse consistoire. In dat ontwerp werden alle Joodse gemeenten van Nederland geplaatst onder een Opperconstitoire. Bij decreet van Koning Lodewijk d.d. 12 september 1808 moeten de Joden in Nederland voortaan worden aangeduid als Hollandse Hoogduitse Joden of Israëlieten -niet te verwarren met Israëliërs (inwoners van de staat Israël)- of Portugese Israëlieten. Na afloop  van de Franse bezetting wordt het Opperconsistoire opgeheven en komen er onafhankelijke Joodse kerkgenootschappen.  Tevens komt er een commissaris voor kerkelijke zaken en een consulterende commissie waarin Asser zitting heeft.

In de 18de eeuw is het onderwijs aan Joodse kinderen nog in het Jiddisch alhoewel er al pogingen worden gedaan om het Nederlands te promoten. Koning Willem I vaardigt een besluit uit d.d. 10 mei 1817 dat godsdienstige Israëlitische armenscholen moeten worden opgericht waar dan in het Nederlands onderwijs moet worden gegeven. Asser –blijkbaar ook actief op onderwijsgebied- constateert jaren later echter dat op scholen nog steeds Jiddisch wordt gesproken. Hij neemt aan dat de kinderen de taal van hun ouders leren.

Carel Asser is op 18 maart 1801 getrouwd met Rosa Levin. In 1802 wordt hun kind Liepman Asser geboren die in 1850 is overleden. De kleindochter van Carel Asser, Johanna Ernestina Asser is getrouwd met haar achterneef de beroemde jurist en winnaar van de Nobelprijs voor de vrede Tobias Asser.