zegenende handen

Geschiedenis begraafplaats

Het niemandsland tussen Den Haag en Scheveningen
De Joodse begraafplaats werd in 1694 gesticht, toen nog in het niemandsland tussen Den Haag en Scheveningen. Het tolhuis dat bij de begraafplaats ligt, getuigt daar nog steeds van. De begraafplaats begon zeer klein (ongeveer 84 m2) en was bedoeld voor Sefardische- en Asjkenazische Joden.

Sefardische of Asjkenazische joden?
Sefardische of Portugese Joden, veelal zakenlieden, juweliers en financiers, verdreven uit Spanje en Portugal, begonnen zich in de 17e eeuw te vestigen in den Haag, rond het machtscentrum van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Hoogduitse of Asjkenazische Joden, gevlucht uit Oost Europa, kwamen toen ook naar Den Haag. Zij waren de kosjere slagers, keukenpersoneel, leveranciers en huispersoneel voor de, veelal grote, Sefardische huishoudens.

De Joodse begraafplaats van de Hoogduitse en Portugese gemeenten kwam tot stand op initiatief van Ziskind Pos uit Poznan in Polen, die als Alexander Polak ingeschreven was in een winkeliersgilde in Den Haag en een winkel had op de hoek Spui en Gedempte Gracht. Ziskind Pos werd als één der eersten hier begraven, nabij de ingang aan de Scheveningseweg, in 1697. Dit is in het oudste deel van de begraafplaats, waar Portugese en Hoogduitse Joden nog samen werden begraven.

Grafmonument S. Verveer

Grafmonument Salomon Verveer op de Joodse begraafplaats Den Haag.
Foto ca 1877-1880 door Maurits Verveer. Rijksmuseum Amsterdam.

Tweedeling
In 1710 werd de begraafplaats in tweeën gedeeld. De Hoogduitse Joden kregen een eigen gedeelte om te gebruiken. De Portugese Joden bleven hun doden op het oudste gedeelte begraven. Zij kochten er later nog een stuk grond bij.

Als gevolg van de sterke toename van het aantal Hoogduitse Joden in Den Haag werd de begraafplaats regelmatig uitgebreid in de 18e en 19e eeuw. Verreweg het grootste deel van de begraafplaats is dan ook Hoogduits.

Het Portugese deel van de begraafplaats is tot op heden nog in gebruik. Het Hoogduitse deel was omstreeks 1900 zo goed als vol, daarom werd in 1906 in Wassenaar een nieuwe Hoogduitse begraafplaats geopend. Van het Hoogduitse deel van de begraafplaats aan de Scheveningseweg werd vanaf die tijd nog bij uitzondering gebruik gemaakt.

Grafstenen
De grafstenen zijn uniform van afmeting, omdat er volgens het jodendom geen verschil bestaat tussen arm en rijk in de dood.

Inscripties and versieringen op de grafstenen wijzigen in de loop der eeuwen. In de 18 e en begin 19 e eeuw dragen de Hoogduitse zerken Hebreeuwse teksten, de Joodse namen, de Joodse overlijdensdatum en symbolen voor de functie van de overledene in de synagoge. De 18e en begin 19e eeuwse Portugese grafstenen dragen teksten en altijd de familienaam (in tegenstelling tot de Joodse namen op Hoogduitse stenen) in het Portugees, Spaans en Hebreeuws, soms met familiewapens en prachtige versieringen en veelal de Joodse sterfdatum samen met die in de Christelijke jaartelling.
Later verschijnen Nederlandse namen en teksten in het Nederlands, samen met militaire en burgerlijke titels, koninklijke onderscheidingen en niet-Joodse symbolen naar de mode van de tijd.)

Overzicht - foto Roel Wijnants

Waarom liggen er slechts 2.860 grafstenen boven 10.000 graven?
Grafstenen waren voor de meeste Hoogduitse families onbetaalbaar. Ook zijn er in de loop der eeuwen grafstenen verdwenen. Uiteengevallen door natuurlijk verval, beschadigd door een Britse vliegtuigbom in 1944 en bijvoorbeeld door de aanleg van loopgraven op de begraafplaats door de Duitsers gedurende de Tweede Wereldoorlog.

Het memorial
Volgens het Jodendom is alle materie op de begraafplaats van de doden die er liggen en moet daar blijven. Brokstukken van zerken die bij de restauratie van de muur in 2006 tevoorschijn kwamen zijn neergelegd in een klein monument op de begraafplaats, ontworpen door leerlingen van het Haagse Wateringse Veld College en uitgevoerd door leerlingen van de Haagse Escamp VMBO, in 2009.
Memorial

Bronnen
De geschiedenis van deze begraafplaats is beschreven in de VOM-reeks 1992 nummer 5. De titel luidt: “De joodse begraafplaats aan de Scheveningseweg in Den Haag: geschiedenis en restauratieverslag”. Onder redactie van Drs. Francine Püttmann en Drs. H.P.R. Rosenberg. 
Op www.archieven.nl zoekt u naar : 7000-01 ; het nummer van de Bibliotheek Haags Gemeentearchief. Nummer 1 van de Gedigitaliseerde collectie, daar vindt u dit boek in PDF – of download het hier.

Dit bericht is ook beschikbaar in / this post is also available in: Engels